Onze historie

2002, vòòr de aanvang 

Jarenlang stond een oude vertrekhal in het fruithavengebied te verkommeren aan de rivier. Ze lag aan de kade als een oude, afgeschminkte en aan lager wal geraakte actrice. Ze had betere tijden gekend. Passagiers, treinen, schepen, een zwaaiende menigte. Nu was op enkele tientallen meters afstand de afwerkplaats aan de Keileweg. Het 2-lagen tellende gebouw was ontworpen door Brinkman en van de Broek, gebouwd in de periode 1946-1948 en was het eerste bedrijfsgebouw na WOII. Het gebouw bestaat uit glas, staal en beton en heeft een maximale transparantie. Het gebouw (officieel: Poortgebouw van Thomsens havenbedrijf) werd wel Rotterdams modernste ruïne genoemd; het gebouw was immers maar 50 jaar oud. Diverse malen was er tevergeefs een sloopvergunning voor aangevraagd door het Havenbedrijf Rotterdam N.V. (HbR). Het was deels in gebruik als werkplaats voor kunstenaars maar het was vooral ‘s wereld grootste duiventil. De ruim 7.000 grote ramen waren gebroken, het dunne beton had op veel plekken ernstige schade, de ranke stalen kozijnen waren half vergaan en het ooit fraaie, subtiele hang- en sluitwerk was bruut geroofd.

2003, de koop

Het gebouw werd door Santas Koffie gekocht –met een restauratieverplichting- door de handelaar in koffie van die tijd. Wij zagen onze droom verwezenlijkt worden, om alle werkzaamheden in de koffieproductie, door de enorme hoeveelheid glas, open en zichtbaar te maken. Van een indoor- koffieplantage tot en met het afvullen en reinigen van de door het bedrijf verkochte koffieblikken.

2003, de start

Na het sluiten van de overeenkomst met het HbR zijn wij direct begonnen. We hadden nog geen ervaring met een dergelijk project. Met morele hulp van het HbR is er een eerste aanzet gemaakt voor het cascoherstel en tegelijkertijd zijn er plannen gemaakt voor een verdere invulling van het gebouw (voor Santas alleen was het veel te groot). Het gebied kende een beperking: alleen food, of direct food-gerelateerde bedrijven zijn toegestaan. Voor de verdiepingsvloer geldt een uitzondering. Het enthousiasmeren voor huurders (bedrijven) in een destijds troosteloos gebied in een onttakeld stalen skelet bleek een zware opgave. Huisvesting in een markant gebouw (in de steigers) met de nodige onzekerheden is niet voor iedereen even aantrekkelijk.

2003 - 2005, de renovatie

Wij hebben het gebouw zoveel als mogelijk in oorspronkelijke staat teruggebracht, hoewel de verleiding om het gebouw aan te passen met eigentijdser materialen (aluminium in plaats van de stalen puien, dubbel glas in plaats van enkel glas, nieuwe binnenpuien…), vooral op advies van derden, groot was. Maar wij wilden geen beklemmende facelift, we waren bang dat de subtiele grandeur verloren zou gaan. Het hang- en sluitwerk is zorgvuldig nagemaakt van enkele gevonden stuks die de slopers van weleer in de puinhopen hadden achtergelaten. Elk raamboompje, deurkruk of stang is gegoten van bruin messing.

2007, de voltooiing

Na bijna vijf jaar is het karwei geklaard en is het gebouw volledig in gebruik door 8 verschillende bedrijven. De mensen die in het gebouw werken ervaren het als een genot om in zo veel licht en ruimte te zijn en omgeven te zijn door schitterende details. In de Vertrekhal Oranjelijn (de huidige naam) wordt creativiteit tot grote hoogte gedreven. Sinds 2006 is de Vertrekhal een gemeentelijk monument. Onlangs is een architectuur plaquette bevestigd door wethouder Karakus op het gebouw; een geschenk van de vrienden van het NAi.

Stichting Vertrekhal Oranjelijn

Mede op verzoek van het Prins Bernhard Cultuurfonds (het PBCF heeft via het Ted Schutte fonds een bijdrage aan restauratiewerkzaamheden gegeven) is er een stichting opgericht die tot doel heeft het gebouw in goede staat te behouden voor de toekomst en het open te stellen voor publiek. Deze stichting staat onder het voorzitterschap van historicus Prof. Dr. Paul van de Laar. Michael Ras, secretaris Stichting Vertrekhal Oranjelijn.